Hoe ons parlement een terroristische organisatie werd

Ik woon in een gemeente waar de spanningen hoog zijn opgelopen in verband met vermeende of daadwerkelijke corruptie door ambtenaren en bestuurders. Inmiddels zijn de burgemeester, twee wethouders en de waarnemend voorzitter van de raad terug- of afgetreden en twee hoge ambtenaren zijn ontslagen. Dat gebeurt in alle openheid want ja, iedereen praat erover dus het heeft geen zin meer om alles toe te dekken.

Ik ga er geen oordeel over uitspreken en al helemaal niet over de vraag of bestuurders en ambtenaren zich aan corruptie schuldig hebben gemaakt want oordelen is mijn functie niet. ik signaleer en daarbij blijft het. Ik stel vragen en daarbij blijft het ook. Even zo goed ben ik getroffen door de naïeve stompzinnigheid van onze minister van buitenlandse zaken, Uri von Rosenthal, die als een blind paard omgaat met de Afghaanse politiek.

In de eerste plaats zegt hij het parlement toe dat hij een garantie van de Afghaanse overheid wil lospeuteren dat door ons opgeleide politiemannen niet zullen worden ingezet als militair. In de tweede plaats wil hij maatregelen nemen ALS blijkt dat er in Kunduz sprake is van corruptie. Wat een blinde mol! Hij kan nu dus meteen beginnen met het aftreden te eisen van de gouverneur van Kunduz die GEGARANDEERD zo corrupt is als de slang in het paradijs.

Rosenthal begrijpt niet dat corruptie een wezenlijke voorwaarde is voor het maken van carrière in Afghanistan en…dat hij die garantie heus wel krijgt van de Afghaanse overheid. Alleen is er geen bestuurder in het land te vinden die van plan is zich aan die garantie te houden. Zo doen stammen dat als ze met andere stammen onderhandelen. Elkaar toelachen als het moet, elkaar afzeiken waar het kan.

Gedurende de afgelopen dagen heb ik ook parlementariërs horen zeggen dat zij zich zeer betrokken voelen bij het Afghaanse volk. De bewijzen daarvan zijn ook overduidelijk. Gisteren nog toonde de Volkskrant foto’s van een dorp in Afghanistan dat van de kaart was geveegd in de strijd tegen de terroristen. Nederland werkt samen met dat soort bommengooiende terroristen om het land weer op te bouwen. Bert Wagedorp sloeg de spijker op de kop in zijn verhaal dat hij vandaag plaatste. Maar wie leest die krantenjongens nou, hè, kamerleden? Jullie hebben toch een eigen verantwoordelijkheid?

Betrokken bij het Afghaanse volk. Het is de meest smerige leugen die ik de laatste jaren voorbij heb zien trekken. Wie betrokken is bij het Afghaanse volk zorgt voor rust en vrede in dat land door zich terug te trekken en er nooit meer te komen. Behalve dan voor de inkoop van wiet natuurlijk want dat is goed voor de Afghaanse economie.

Als ik in Uri de slang uit het paradijs zie, dan zou ik Jolanda Sap haast gaan beschouwen als Eva die zich met een hele reeks van cliché-gewauwel heeft laten overhalen om mee te doen aan één van de meest misdadige acties waaraan Nederland kan bijdragen sinds de Tweede Wereldoorlog. En daarmee overdrijf ik niet. Nederland gaat zich opnieuw storten in een avontuur van corruptie, misleiding, bedrog en omkoping ten koste van de Afghaanse bevolking waar we zoveel gevoel voor zeggen te hebben. Nederland gaat weer terreurbombardementen steunen die niet onderdoen voor de misdaden van Amerikaanse oorlogsvliegers boven Dresden, Leipzig en Berlijn. En daarmee wordt ons parlement een terroristische organisatie. Daar is die mogelijke corruptie in mijn gemeente peuterspel bij.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

https://4politicians.wordpress.com

De verleiding misleidt

“Deze reclame werd mogelijk gemaakt dankzij de afgelopen film”, het lijkt mij een tekst die programmamakers maar een sin hun boekje moeten gaan schrijven want de hoeveelheid reclametijd op tv neemt hand over hand toe. Niet alleen groeit de omvang van de reclameblokken op slinkse wijze, daarnaast krijg ik ook nog allerlei mededelingen tussentijds. Terwijl een vreselijk monster zich op een schone blondine stort, wordt er ineens rechts onderin beeld het woordje “glee”  duidelijk. Niet dat ik weet waarop het slaat maar de betovering van de film is meteen verbroken. Wat is dat voor geëikel?

Nu weet ik natuurlijk wel dat het woordje “God”  in onze samenleving is vervangen door “Geld”  maar dat betekent toch niet dat ik kwartier-in-kwartier-uit verveeld moet worden met het vullen van John de Mol’s broekzakken? Het is irritant, vervelend, storend, gekmakend en…wat mij betreft effectloos want ik heb alleen maar de neiging om op dergelijke aankondigingen verder geen gehoor te geven. Natuurlijk, daarom ontgaan mij opzienbarende programma’s als Benidorm Bastards en daar ben ik nog blij om ook. Mijn God, wat een geestelijke en vooral creatieve armoe…

Reclame beheerst dus in toenemende mate het beeld en misleidt ons bijna constant. Ik bedoel,om te beginnen beschouwt reclame de gemiddelde kijker as debiel. Nu is dat niet zo gek als je de uitslagen van de Nationale IQ-test hebt gezien. Dat bleek uit het feit dat tal van mensen blij waren met een IQ van 90! Dat is hetzelfde als blij zijn met de helft van het CAO-salaris. Maar daarbij blijft het niet. Reclame beïnvloedt ook ons taalgebruik op een absoluut ontoelaatbare manier. Ik zal daarvan een voorbeeld geven.

Er is een wasmiddel dat dag in dag uit volhoudt dat het ” vier keer schoner wast”  dan de bestaande wasmiddelen. Dat komt doordat het “vier keer geconcentreerder”  is. Ik denk dat ik ze ga aanklagen voor misleiding want ze liegen ronduit. Als een wasmiddel ” vier keer schoner” wast , betekent het dat het ” vijf keer zo schoon wast als het vorige wasmiddel”. In het woordje “schoner”  zit namelijk het begrip opgesloten dat er sprake is van minstens één keer schoon wassen. Het nieuwe middel wast immers vier keer schonER.

Nu is die tekst inderdaad zo opgesteld om het debiele televisiepubliek duidelijk te maken waar het om gaat. Het gaat om die vier en…om het woordje schoner. Het debiele publiek moet gaan begrijpen dat het nieuwe middel schonER wast. Dat je het debiele publiek daarbij doodeenvoudig voorliegt, maakt niet uit. Dat gebeurt wel meer bij debielen. Ze snappen er toch niets van, als ze maar in de truc trappen en daarmee aantonen dat ze inderdaad debiel zijn.

Nu zou het waar kunnen zijn. Misschien wast het nieuwe middel wel vijf keer “zo schoon als het oude” maar dat is niet zeker. Dat zal eerst onderzocht moeten worden en wee je gebeente de reclamemaker die de kluit heeft besodemieterd. Die krijgt van de   Reclamecodecommissie een negen keer hogere boete dan de vorige keer en daarmee wordt het tv programma tien keer zo schoon.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

https://4politicians.wordpress.com

Motie van treurnis

Het is weer eens treurnis en natuurlijk speelt die treurnis rond Afghanistan. Vandaag hebben de dames en heren van de Tweede Kamer een hoorzitting over een mogelijke missie naar Kunduz. Ze horen daar de argumenten van een reeks ” deskundigen” maar wat voor deskundigen zijn dat eigenlijk?

Een paar minuten geleden zag ik een zooitje corrupte machthebbers uit Afghanistan aan het woord. Mannen die er stuk voor stuk op gebrand zijn in het zadel te blijven en daarvoor maar al te graag de steun van de westerse mogendheden gebruiken. Zou er een kamerlid zijn dat naïef genoeg is om te geloven dat deze struikrovers objectieve en ook maar enigszins betrouwbare informatie geven? Je mag toch hopen van niet! De vraag is dan natuurlijk: waarvoor deze poppenkast?

Straks komen er ook nog Nederlandse generaals aan het woord en ook die zijn niet objectief want zij willen maar al te graag dat hun soldatenclub wordt ingezet bij iets. Anders loop je ook de hele dag zo wezenloos rond, natuurlijk. Wie niet zijn uitgenodigd, zij historici en cultuurdeskundigen die kunnen bepalen wat al dat gerommel binnen de Afghaanse landsgrenzen doet met de lokale cultuur en mensen die er wonen. Mensen die echt iets kunnen vertellen over het gevoelen en de inzichten van de plaatselijke bevolking. Nee, daar luisteren wij niet naar. De opvattingen van deze mensen interesseert ons net zoveel als de Taliban. Ook zij luisteren nooit wat die armzalige opiumboertjes te zeggen hebben. De “democratische” krachten uit het westen walsen op dezelfde manier over gedachten en gevoelens van de Afghanen heen als de brute onderdrukkers van de Taliban.

En zo hoort het ook natuurlijk want die hele actie gaat er in de eerste plaats om te laten zien wat voor goede bondgenoten wij zijn in de NATO. Terwille daarvan vertrappen we met veel liefde de grondrechten van die achterlijke harkboeren uit dat bergstaatje. En bovendien: we komen er toch gewoon iets goeds doen? (vinden wij zelf).

Het is echt diep en diep treurig dat politieke partijen zich laten voorlichten door vertegenwoordigers van organisaties die hun belangen allemaal hebben liggen bij een “vredesmissie”. Dat heten deskundigen maar het zijn marketingmensen voor de NATO. Het is nog schandaliger zo’n actie te presenteren  als een humanitaire actie terwijl het uitsluitend de belangen dient van een organisatie die haar bestaansrecht al lang heeft overleefd.

Laat Afghanistan met rust en laat de Afghanen hun eigen problemen oplossen en als er terroristen zitten (die allemaal al geëmigreerd zijn naar Somalië) dan pakken we ze in alle stilte op met behulp van wat commando’s. Tenminste: als ze zich TEGEN ons dreigen te keren. Anders laten we ze lekker hun gang gaan totdat ze door de plaatselijke bevolking worden bestormd met hooivork en maaimachine.

En geloof me, het wordt een vechtmissie want er is niets leuker dan die vemaledijde buitenlanders een hak te zetten. Stelletje betweters!

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

https://4politicians.wordpress.com

Droom en werkelijkheid

Volwassen en onvolwassen, elitair en volks, het zijn kreten die allemaal over het beeldscherm dartelen als er wordt gediscussieerd over een nieuwe missie in Afghanistan. Door allemaal mensen die hetzelfde recht denken te hebben op het gelijk. Daar tussendoor walsen enkele “deskundigen”  waarvan de deskundigheid betwijfeld mag worden omdat zij zich altijd alleen maar beperken tot een heel klein deel van de argumenten of van het thema. Zij spreken over bondgenootschappen of terroristen alsof het allemaal vanzelfsprekendheden zijn en vooral ook over iets vaags als ” de internationale gemeenschap”  alsof daarbij direct een duidelijk beeld te geven is.

Eén van de leukste argumenten om opnieuw naar Afghanistan te gaan vind ik altijd de opmerking: “we mogen ons werk niet half afgemaakt achterlaten”.  De grote vraag daarbij is welk werk de spreker in zo’n geval precies bedoelt: het werk dat hij denkt dat we daar aan het doen zijn of het werk dat we er in feite aan het uitvoeren zijn? Voor de aardigheid: in de plannen is de bouw van maar liefst 8000 scholen opgenomen. Daarvan zijn er niet meer dan enkele tientallen verwezenlijkt. Een aantal daarvan is inmiddels ook weer opgeblazen en bovendien worden ze lang niet allemaal bezocht. Hoe is het toch mogelijk dat je als goedwillende “mediator”  maar zo weinig enthousiasme bij je cliënt opwekt?

Wie bang is “het werk” halverwege af te moeten breken, zou zich eerst eens moeten afvragen of dat werk wel gewenst wordt en …of het enige bijdrage levert aan welke doelstelling dan ook. Met de verwatenheid van iemand die de feilen in eigen samenleving over het hoofd ziet, zijn we daar bezig “democratie”  te brengen. Een maatschappijvorm die we zelf niet eens beheersen, dat blijkt dag in dag uit.

Het werk dat we in Afghanistan denken te doen, is het verlenen van een soort ontwikkelingshulp waarmee de Afghaanse ssamenleving meer op de onze moet gaan lijken. Stabiliteit is een term die daarbij veelvuldig wordt gehanteerd. In feite komt het er op neer dat het land een startkwalificatie krijgt om te voldoen aan onze culturele en politieke waarden en normen. Dat is de droom. De werkelijkheid is heel anders.

De werkelijkheid is dat wij een samenleving verstoren op basis van een soort betweterschap en voor die verstoring van een cultuur krijgen wij geen applaus. Als het om een diersoort zou gaan, zou het ecologie heten en zouden we dat begrijpen. Nu het om mensen gaat, menen wij dat zij nog niet begrijpen hoeveel geluk we hen brengen. Dat is koloniale arrogantie ten top. Daarbij zijn we zo arrogant dat we bestaande structuren op de koop toe nemen als zij maar een schijn van stabiliteit in het land kunnen bewerkstelligen: nepotisme, corruptie, afhankelijkheden…daarbij maken we onszelf wijs , we dromen, dat de door de regering van Karzai gepraktizeerde corruptie zal leiden tot de vorming van centraal gezag.

De werkelijkheid is dat die corruptie alleen maar leidt tot meer verdeeldheid omdat “centrale”  en meer lokale machthebbers er allemaal op uit zijn hun eigen corruptie tot de dominante vorm van corruptie te maken. En ondertussen verstoren we het dagelijks leven van honderdduizenden mensen die voor het “overleven”  van die corruptie afhankelijk zijn. Dat zijn ze al eeuwen en dat gaan wij niet veranderen in een jaar of tien.

Tenslotte is er ons vermeende eigenbelang, de gedachte dat ons optreden in Afghanistan iets zou doen in de “strijd tegen het terrorisme”. De vraag is welk terrorisme? Het terrorisme dat ééns in de 100 jaar een paar gebouwen in New York in elkaar dondert? Hoe erg ook, je kunt dat nauwelijks een bedreiging van onze cultuur noemen. opgeblazen zinnen als ” de wereld is veranderd”  camoufleren het feit dat die wereld juist helemaal niet is veranderd. Geweld en tegengeweld hebben elkaar altijd achtervolgd.

De “verschrikkelijke terroristische bedreigingen”  waarin wij van onze bestuurders moeten geloven en waarvoor wij van onze media bang moeten zijn, bestaan niet in de omvang waarin ze ons worden voorgeschoteld. Bovendien zijn de bedoelde terroristen uit Afghanistan al lang vertrokken naar Yemen, Somalië en …Pakistan. Hoe langer onze jongens en meisjes in Afghanistan vast blijven zitten, des te meer succes hebben deze terroristen overigens wel. Zij zien kans aanzienlijke kapitalen weg te sluizen in projecten die ons niets opleveren. Dat datzelfde geld beter ingezet kan worden binnen onze landsgrenzen is inderdaad één van de dingen waarin de PVV gelijk heeft.

Daarbij komt dat wij als “bondgenootschap”  toch wel erg zielig van karakter zijn als wij het voor onze samenhang nodig hebben om eindeloos gedachtenspinsels en spoken die uit onze eigen angsten voortkomen, na te jagen.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

https://4politicians.wordpress.com

Nordholt zwetst

Dat er veel onzin uit de mond van een oud-politieman kon komen, wist ik al wel. Zelden heb ik echter zo’n grootscheepse ervaring daarmee gehad als vanmorgen toen ex-commissaris Nordholt Schulze uitspraken ging doen over de ” war on drugs”. Dat je zolang bij de politie kon dienen en dan nog steeds zulke cliché-denkbeelden er op na houden, dat is wonderbaarlijk. Ik mag dat zeggen want ik ben ook Groninger, ik kom uit Winschoten net als die dwarskont van een Jan Mulder.

“De war on drugs is nog lang niet gewonnen”, hield de ex-commissaris zij  gehoor voor en hij zou zich alleen al daarover moeten schamen. Hij zou moeten weten dat die “war” helemaal niet gewonnen kan worden. Of ze daar nu peperdure helikopters bij inzetten of niet. Het drugsprobleem komt namelijk niet uit de criminele wereld voort maar uit de vraag naar drugs. Het is de markt die bepaalt en natuurlijk…leveranciers proberen hun product af te zetten maar de vraag is enorm.

Kijk, meneer Nordholt, drugs zijn zo oud als de mensheid. Wie de verhalen over ontdekkingsreixzen leest,merkt steeds weer hoe de reizigers in alle delen van de wereld werden ontvangen met bedwelmende stoffen of dranken (laten we die niet vergeten!). De priesters en priesteressen van Athene, Rome en Egypte en Israël gebruikten bij voortduring drugs, Indonesiërs kauwen al eeuwenlang sirehbladen, Afrikanen en Indianen brouwden en brouwen de meest wonderbaarlijke producten om er maar helemaal maf van te worden, Chinezen gebruiken opium en zo gaat het maar door. Wat wil je nou eigenlijk met die stupide “war on drugs”? Om tegen zo’n gewoonte en behoefte oorlog tegen te gaan voeren is net zulke onzin als de regen uit te schelden omdat-ie valt.

Terecht zei Nordholt dat criminelen een voorkeur hebben voor zaken die weinig risico opleveren en veel opbrengst. Dat weet hij dan tenminste al. Hij vergeet erbij te zeggen dat de overheid de drugscriminaliteit door de “war on drugs”  subsidieert doordat de prijs van het product er flink mee opgedreven kan worden. Daar komt bij dat het strafbaar stellen van drugshandel de criminaliteit stimuleert. Er zij nog al wat mensen die er geen been in zien om wiet te kweken, ze beschouwen dat niet als een misdaad zoals inbraak of een roofoverval. Terecht ook. Crimineel is niet wat de wet verbiedt maar wat immoreel is. Bij tijden is de wet zelf immoreel.

Terecht constateerde hij dat de “war on drugs”  nog lang niet gewonnen is en dat de criminaliteit toeneemt. Vooral die laatste constatering is belangrijk. Misschien kunnen zelfs doorgewinterde blauwpakken als Nordholt begrijpen dat het misschien eens tijd wordt om een andere invalshoek te kiezen en de mensen te geven wat zij willen hebben: drugs. Vrijgeven dus. Maar ik vrees het ergste als Nordholt en Huffnagel in de Eerste Kamer komen voor de VVD. Met een bulldozer-minister als Teeven ziet het er niet goed uit en zal de drugscriminaliteit de komende jaren zeker verder verergeren.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

https://4politicians.wordpress.com

Opkomst en ondergang van Ons Geert (Tafel 7)

Dit is de zevende tafel en de laatste.  ” Het was Hero”, zegt Geert nog wel eens, nu hij moederziel alleen de zalen van het parlementsgebouw in Den Haag doorloopt, om zijn bureau leeg te halen. ” Het was Hero die de bom onder het bouwwerk heeft gelegd. Die man heeft ideeën, gedachten, niet Martien. Martien droomt uitsluitend.”  Hero, grote rechterhand van Geert was niet alleen rechterhand maar ook het begin van het einde van de zorgvuldig opgebouwde beweging.Hero die steeds weer vroeg om structuur, een organisatie met onderdelen, bestuur en jongerenafdeling. Hero die vroeg om democratie en die Geert de rol van profeet en uitverkoren leider betwistte. Dat wil overigens niet zeggen dat het met Hero goed is gegaan want de enige openbare plek waar we hem nu nog wel eens tegenkomen, is zijn  stamcafé. Daar zit hij meestal met troebele ogen bij de bierpomp wat eenzaam voor zich uit te mompelen.

“Het was een mooi avontuur”, zegt Geert hoofdschuddend. ” Maar misschien is het wel nooit een lang leven beschoren geweest. Misschien waren we te enthousiast.” Met die woorden laat hij blijken niet te begrijpen wat de oorzaak van zijn ondergang is geweest. Wie zijn oor goed te luisteren legt in de wandelgangen van de Tweede Kamer  beluistert een heel ander geluid. ” Geert heeft wel veel aanhangers gevonden die allemaal van zijn robuuste taal hielden maar ze hadden zich toch allemaal om een andere reden bij hem aangesloten. Allemaal vooral voor hun eigen gelukje. Bekendheid, vriendenkring, indruk maken en macht verwerven, dat laatste, ja natuurlijk, dat laatste hoorde er ok bij. Maar daadwerkelijk uitzien naar een nieuw Nederland? Och…gek genoeg was Hero nou juist één van de weinigen die daar wel naar streefde maar hij koos voor een andere weg dan Geert.

En nu? Dat was de grote vraag want niet alleen Geert was met zijn club uit de kamer verdwenen maar ook Trots op Nederland zat er niet meer, de Partij Voor de Dieren had zich verdubbeld en Eric , ja de pisserd, die zat nu met een van zijn kameraden in de Tweede Kamer. Geert kende die maat van Eric niet maar hij mocht hem ook niet. In zijn ogen was die man een rechtsradicaal. ” Iemand die met zijn rechterhandje teveel schuin naarboven wijst”, zei Geert vaak. Hij kreeg er de rillingen van. Toch kon hij niet ontkennen dat Eric al een paar keer mannen de straat op had gekregen die groepsgewijs moslims te lijf waren gegaan en moslimas het hoofddoekje af hadden gerukt.

Geert was daar niet trots op en niet blij mee. Hij hield niet van straatgeweld. ” Ik ben niet tegen moslims maar tegen de Islam”, dat had hij zijn hele parlementaire leven volgehouden. Hij verafschuwde juist lichamelijk geweld en had getrild van woede bij de moorden op Fortuyn en Van Gogh. Hij wilde die weg niet inslaan. Enigszins vermoeid en met een nostalgisch gevoelstaarde hij naar de deur van de VVD-kamerfractie. Daar was het allemaal begonnen, daar zouden ze hem nu niet meer nodig hebben. Niet sinds D66 en de VVD waren gefuseerd tot één grote liberale partij. Een echt liberale partij. Hij pakte zijn tas en slofte voor het laatst door de gangen.

Even bleef hij stilstaan bij het borstbeeld van Pim Fortuyn. ” Misschien ben jij nog wel het beste af van ons tweeën”, fluisterde hij. Langzaam draaide hij zich om en verliet het gebouw aan de Pleinzijde. Waar zou hij naartoe gaan? Zijn broer Paul had hem uitgenodigd voor een borrel. Dat trok hem voor het eerst van zijn leven aan.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

https://4politicians.wordpress.com

Opkomst en ondergang van ” Ons Geert” (Tafel 6)

Het was een cadeautje voor Ons Geert dat Nederlanders in maart 2010 zo massaal op zijn partij stemden. Hij had het zelf ook niet verwacht. Natuurlijk, zo gaf hij later toe, wist hij best dat het hoofddoekjesverbod flauwekul was. ” Maar het heft ons wel veel stemmen bezorgd”, zo merkte hij op in een kort vraaggesprek met mij. ” En daar gaat het om. Alle partijen zijn toch machtspartijen? Dat zijn wij ook. Het gaat helemaal niet om kwaliteit, het gaat om grote getallen.”

Eigenlijk sprak hij zichzelf daarmee tegen want Geert is wel degelijk gesteld op kwaliteit, eigenlijk op ieder gebied. Hij houdt van snoep, gebak en drank maar het moet allemaal wel van goede kwaliteit zijn. ” En het gaat er niet om  er dronken van te worden ofzo”, had hij al eens eerder gezegd. Daar stond tegenover dat Geert wel degelijk het belang begreep van een zekere massaliteit. ” In wezen gaat het daar bij de ~Islam ook om”, merkte hij op. ” Als er maar tien moslims woonden in Nederland, zou het niemand iets kunnen schelen. Getallen maken dus deel uit van de kwaliteit.”

Door de verrassende gemeenteraadsverkiezingen kreeg hij ook weer goede hoop op de afloop van de kamerverkiezingen, twee maanden later.  Dankzij het succes van de raadsverkiezingen kreeg hij bovendien ook steeds meer aanbiedingen van mannen en vrouwen die wel bij hem op de lijst wilden. Kennelijk was die PVV nog zo gek niet. ” En we begonnen een beetje uit de geur van de schande te komen”, zo zei Geert dat, niet alleen tegen mij maar ook tegen zijn fractiegenoten. Steeds meer mensen durfden openlijk uit te komen voor hun sympathie voor Geerts beweging. Maar…er bleef een zekere gêne bestaan. ” Waarom weet ik niet”, zegt Geert altijd. ” Maar het was zo.”

Zelfs nu nog, ja zelfs nu nog bestaat die gêne maar ze is wel minder geworden. ” Dat komt door de kbinetsformatie en onze gedoogpositie. Eigenlijk zitten we in een heel comfortabele positie”, geeft Geert toe. ” Als je een vergelijking wilt maken, wij zijn de zaag in handen van de man die op het verkeerde deel van de boomtak zit.” Nee, zoiets zegt hij natuurlijk niet voor de microfoon maar in de fractiekamer zijn dat soort geluiden wel te horen en niet alleen van Geert zelf. Voor het overige is de stemming in de fractiekamer natuurlijk uitbundig. Ze was zelfs zo uitbundig dat sommige fractieleden spontaan hun wangedrag uit het verleden uit de doeken gingen doen. Voor Geert was dat een goede reden om de deur echt dicht te houden. Een van de fractieleden zei ronduit dat hij een keer door de brievenbus van de buurman had gepiest en de hele fractie lag blauw. Nou ja, behalve Geert zelf dan. Die zag de bui al hangen. Wie zijn oor goed te luisteren legde, kreeg dit soort boodschappen te horen, vanuit het hart van de fractie!

En inderdaad, het duurde niet lang of de pers had er de lucht van gekregen en de ene na de andere wandaad van een fractiegenoot kwam in de krant. Geert beet zich hard op zijn onderlip toen het ene na het andere verhaal de media haalde. Hij vloekte en ketterde over de “linkse pers”, zo erg dat zijn moeder er van haar levensdagen niet bij had willen zijn. ” Maar ik weet dat hij het kan”, had zij ooit eens met tranen in de ogen gezegd. Als goed gelovig katholiek wilde zij niet met Geerts scheldwoorden geconfronteerd worden.

Nee, het waren geel leuke dagen maar voor Geert was het DE kans om weer wat meer de teugels in handen te nemen. In het begin was die grote fractie wel een beetje vrije wegen ingeslagen maar nu ontnam hij de een na de ander zijn spreekrecht over tal van zaken en dat versterkte zijn eigen positie weer. ” Ik heb daar nu ook de tijd en de kans voor” zei hij. ” In de Tweede Kamer doen de twee andere partijen het meeste werk voor mij. Ik kan me nu weer meer richten op mijn eigen kudde.”  Daarmee bedoelde hij ook de opstandige Hero. ” Een goeie man maar hij zal het niet laten om aan de poten van mijn stoel te zagen”, zei Geert keer op keer. Wat dat betreft werkte hij liever met de wat in zichzelf gekeerde Martien, de denker van het stel. ” Fijne vent met goeie ideeën” gafGeert in een tweegesprek toe. ” Een man die de volgende keer in aanmerking komt voor een ministerspost.”

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

https://4politicians.wordpress.com

Opkomst en ondergang van “Ons Geert” (Tafel 5)

Denk niet dat het leven van Ons Geert over rozen is gegaan. Nachten hoofdpijn en kopzorgen heeft hij er van gehad, van de beveiliging die hem in de weg stond maar die hij ook niet kon missen. Beveiliging die hij trouwens steeds heeft gezien als ene propagandamiddel van de andere partijen: kijk eens hoe goed wij voor onze tegenstanders zorgen. Want lafheid, fysiek of geestelijk, heeft niemand hem ooit kunnen verwijten.

“Lafheid is de angst dat de geest of het lichaam het begeeft”, zei hij met enige regelmaat en daarbij keek hij stomverwonderd dat er zoveel wijsheid uit zijn mond kon komen. Dat wil niet zeggen dat hij geen last had van angsten en spoken die hem in de nacht vervolgden. Hoofddoeken die in zijn dromen rond bleven zweven totdat ze hem hadden verdekt zodat zijn vrouw hem moest wekken als hij in zijn slaap lag te schreeuwen van angst. Maar lafheid, nee, lafheid kende hij niet.

Zijn grootste angst was trouwens de angst om verraden te worden. In dat opzicht kon hij George W. Bush goed begrijpen. Verraad sluimerde overal en altijd omdat iedereen altijd in de eerste plaats aan zijn eigen positie dacht. Samenwerken met anderen, met mensen vooral die geestelijk boven hem stonden, ja dat was een angstwekkende gedachten. Steeds weer als hij gesprekken voerde met kandidaten voor zijn fractie, vroeg hij zich af: ” Hoe blijf ik deze man of vrouw de baas?” Dat leidde er trouwens wel weer toe dat hij moeite had zijn kandidaten recht in de ogen te kijken, in de angst dat zij zijn ware gedachten zouden lezen. Overigens, hij deed dat wel…hij keek ze diep in de ogen en probeerde hun gedachten te doorgronden voordat het omgekeerde gebeurde.

Geert laat zich niet gauw voor de gek houden door vrouwelijk schoon. Hij is er wel gevoelig voor maar juist de omgang met vrouwen als Ayaan heeft hem geleerd hoe verraderlijk het kan zijn. Hoe achter het meest bevallige masker een gifslang verborgen kan gaan. Het had hem ook geleerd dat de gedachte dat vrouwen niet ambitieus zijn,flauwekul is. Vrouwen zijn ambitieus mits zij door de juiste prikkel worden geraakt. Daar waar de samenleving het glazen plafond had uitgevonden, sprak hij van het grijze gordijn: daarachter stond een rij van manlijke politici, zo grijs dat zij niet in staat waren aan de andere kant van het doek te geraken. Veel vrouwen begrepen maar al te goed wat daarvoor nodig was. zo meende Geert. Het was dus niet alleen de vraag ” hoe houd ik die man in de hand?”  Groter nog was de vraag ” hoe blijf ik die vrouw de baas.”

Humor, ja dat was nooit Geerts sterkste kant. Zijn sterkste kant was zijn vermogen om door te gaan op een weg die in een richting leidde waarvan anderen halverwege zouden hebben afgezien. Bewondering voor die consisentie, die vasthoudendheid, dat was waar hij het op gooide bij de nieuwe kandidaten. Ze moesten hem bewonderen vanwege zijn werkkracht. Ze moesten hem gaan zien als de ijsbreker, de puinruimer die altijd voorop liep en wiens richting DE weg vertegenwoordigde want Geert was het licht en de weg. Zo zag hij dat en dat stond los van zijn angsten.

Dat wil niet zeggen dat zijn kandidaten allemaal brave lammetjes waren maar zij waren afgekomen op zijn onverzoenlijkheid en zijn woede. Onverzoenlijkheid en woede die zij zelf ook voelden, op welke manier dan ook. ” Het rode gespuis moet je onder je schoenzolen verpletteren”, zei Martien een keer en hij was de filosoof van het gezelschap.” Ze laten de oudjes, onze ouders die zich krom hebben gewerkt, in de steek ten behoeve van jeugdige zakkenvullers”, dat waren de woorden van Fleur. ” En, ze  komen nog eerder thee brengen aan een Marokkaanse illegaal dan rookworst aan mijn oude moeder”, ook zo’n gevleugelde uitspraak. Geert vond het prima. Het ging in de eerste plaats om de essentie van het verhaal en of die essentie te vangen was in minder dan vijftien woorden. “Telegramstijl”  zei hij altijd, wat dan door journalisten weer werd uitgelegd als “Telegraafstijl”, maar dat terzijde.

Waar andere partijen vooral zochten naar meerderheden door de vorming van coalities voor moties of kabinetten, daar huldigde Geert een ander uitgangspunt. ” Ht gaat er in de eerste plaatsom goede, stevige principes op te zetten en…daaraan de hand te houden”, zo hield hij zijn aanhang voor. ” Het gaat niet om het verkiezingsprogramma maar om de beginselen. Mensen willen beginselen. Verkiezingspunten zijn om op te geven maar principes, die houd je staande, te allen tijde. Daar zoek ik mensen voor. Dat sprak hen aan, het leek hen of er een nieuwe wereld was opengegaan.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

https://4politicians.wordpress.com

Opkomst en Ondergang van ” Ons Geert” (Tafel 4)

Negen zetels, dat was meer dan de partij had verwacht en nu was het maar hopen dat alle kandidaten voor een Kamerzetelzo betrouwbaar waren als ze zich hadden voorgedaan. ” Het zijn prachtmensen”, zei Geert steeds weer tegen iedereen die het maar horen wilde maar innerlijk maakte hij zich wel degelijk heel ongerust. Had de LPF niet laten zien hoe verschrikkelijk de aanwas van een splinternieuwe partij uit de hand kon lopen. Hoe afschuwelijk zich het gajes op je kon werpen en misbruik maken van alles wat je “heilig” was. Het kindje kon vermoorden? Geert liep op de toppen van zijn tenen en soms op zijn tanden. Onraad was overal en hij kon zich niet vrijelijk bewegen. Hij had immers voortdurend die beveiliging om zich heen lopen?

“Hij begon bleek te zien en toonde zich soms moe”, zeggen de medewerkers van het hoofdkantoor. ” Dat waren we van hem niet gewend. Geert was altijd een bron van energie geweest.” Daar kwamen nog de ellenlange gesprekken met Martien en Hero bij. Gesprekken over de gevaren van de Islam want dat was het kernpunt van het partijprogramma. ” Het is niet alleen een achterlijke cultuur, zoals Fortuyn dat zei, het is ook een agressieve, gevaarlijke en fascistische ideologie”, de medewerkers op het hoofdkantoor kennen de woorden van hun leider maar al te goed. Voorbeelden heeft Geert hen te over gegeven: de oproepen tot geweld tegen Joden en niet moslims waaronder homo’s. Onaangepast gedrag van moslims in de Joods-Christelijke cultuur, was een bedreiging. Overigens heeft Geert ook daar nooit precies uitgelegd wat hij bedoelde met Joods-Christelijke cultuur. De medewerkers dachten wel te weten wat hij ermee bedoelde: ” Een geloof van liefde en hoop in plaats van een geloof dat naar onderdrukking, dood en verderf streeft.”  Dat zij daarbij geen teksten uit het Oude Testament konden citeren die daarop wezen, stoorde hen totaal niet.

” Ik ben niet tegen moslims maar tegen de Islam”, zei hij bij voortduring. Hij noemde de profeet Mohammed een ziekelijke pedofiel omdat deze “het” deed met een meisje van minder dan tien jaar. ” Het maakt niet uit of zoiets in de cultuur van die omgeving paste”, zei hij kortweg. ” Het is en blijft pedofilie.”  Of dat dan niet een vorm van rechtlijnigheid was, was de vraag maar de jonge blondine op het hoofdkantoor bleef het antwoord eerst schuldig. Na enig nadeken zei zij hakkelend. ” Nou, ik vind het ook vies. Zoiets doe je niet met kinderen.” “En als iedereen het nu eens deed, in die tijd?”  was daarop de wedervraag. Het meisje bleef nu het antwoord volledig schuldig. ” Ik weet het niet hoor, ik vind het vies. Als je dat zo allemaal ziet met die mannen enzo.”

Geert zelf was voor een commentaar op zijn opmerkingen over Mohammeds pedofilie voortdurend nauwelijks bereid tot enig commentaar. Even kreeg hij de neiging om een vergelijking te maken met de Bijbel die dan tenminste het Sodomisme veroordeelt en daarmee iets van een moraliteit laat zien, zo fluisterde een van zijn vertrouwelingen mij in. ” Maar hij besloot de stelling om te draaien. ” Je had in die tijd wel meer van die achterlijke opvattingen over seks”, zei hij. ” Zoals de Bijbel die de homoseksualiteit verbood. Dat zijn smetten op de boodschap van liefde die `Christendom en Jodendom bindt.”

Het bezoekje aan het hoofdkantoor is nu wel weer mooi geweest. Het wordt hoog tijd voor ene nieuwe invalshoek, een verkenningstochtje in de fractie die Geert volgt, nu nog meer dan in het verleden. In stilte vertrouwt Geert mij toe. ” Eigenlijk hebben de media mij geholpen door al die schandslern op te halen. Mijn fractiegenoten zijn nu wel gedwongen zich heel koestte houden. Ze kunnen  zich niet meer bewegen zonder dat ik achter ze sta. Goed gedaan media!” Maar ja, nu loop ik vooruit op de geschiedenis. De worstelpartij door de fractie heen, moet eerst aan bod komen.

Tot sterkte,

Kaj `Elhorst

https://4politicians.wordpress.com

Opkomst en ondergang van ” Ons Geert” (Tafel 3)

Laten we niet te hard van stapel lopen maar het is op zijn minst opvallend dat Geert voor zijn tweede huwelijk koos voor een vrouw van Joods-Hongaarse afkomst. Of dat een dubbele of driedubbele nationalitieit inhield? Nou ja, maar Hongaren zijn wel eveniets anders dan bijvoorbeeld Marokkanen zeg! In Hongarijje loopt een half verssufd wijf rond dat predikt dat Jezus een Hongaar was en de nieuwe mediawet liegt er ook niet om maar toch…

Goed, dat even als intermezzo.  Gelukkig werd Ons Geert nooit in de VVD-fractie. De mannen en vrouwen om hem heen waren daarvoor allemaal veel te netjes. Ze conformeerden zich allemaal aan het niet benoemen van de problemen in de samenleving al liet Frits Bolkestein wel eens een politiek boertje. Degene bij wie hij de meeste aansluiting vond, was Ayaan. ” Maar echte vrienden zijn we nooit geworden”, zegt zij. ” Ik denk dat Geert niet zo gek is op dominante vrouwen.” Dat zou best eens zo kunnen zijn want zowel kamerleden als vrienden uit zijn nabije kring maken duidelijk dat Geert zich steeds meer liet gelden. Eerst in kleine kring, later in ruime kring. Zijn politieke opdringerigheid herinnert voormalig fractievoorzitter Josias  zich nog goed. De VVD-fractievoorzitter moest Geert geregeld aanspreken op zijn veel te aanmatigend gedrag. Dat kwam in 2004 tot een uitbarsting. Overigens, ook Gert-Jan kon het naar eigen zeggen minder goed vinden met Geert dan af te lezen zou zijn uit een gezamenlijk discussiestuk voor de fractie. De twee profileerden zich als een soort ” Tien over Rechts”.

Josias hield van netheid en hij dreigde Geert uit de fractie te zetten en Geert reageerde zoals een deel van zijn achterban al altijd graag had gewild: des duivels. Hij voelde zich daarbij gesterkt door het optreden van Pim Fortuyn en de haast van God gezonden moord op de politicus van de LPF. Die droeg behoorlijk bij aan een stuk radicalisering van rechts in Nederland, net als de moord op Van Gogh. Maar goed, daar hebben we het nu niet over. Ons Geert besloot in 2004 alleen verder te gaan als Groep en inderdaad, hij had al een hele achterban. We moeten eerlijk zeggen, het waren niet alleen mensen van de borreltafel maar wel allemaal mannen met stevige vuisten. Een van zijn aanhangers van het eerste uur was Hero Brinkman. ” Zijn gedrevenheid trok mij”, zegt hij nog met licht glinsterende ogen. ” Zijn gedrevenheid en zijn inzet om van dit land weer een land van orde en regelmaat, van aanpakken en doorzetten te maken.”

Het waren zware tijden voor Geert, heel druk want hoe kom je aan de juiste mensen om je achterban te organiseren. Volgens zijn beste vrienden had hij het vaak over het “gajes”  dat zich rond Pim Fortuyn had verzameld. ” Dat moeten we zien te voorkomen”, zei hij keer op keer. ” Loyaliteit, betrouwbaarheid en visie, daar draait het om.” In de Volkskrant liet hij intussen een groot interview plaatsen waarin hij zich beklaagde over het gezapige cultuurtje in Den Haag en in heel Nederland. Dat kwam aan. Al gauw beloofde zijn achterban te kunnen zorgen voor iets van tussen de 12 en 20 zetels in het parlement. Er viel weer iets te lachen voor Geert.

Dat maken ook de dames van het hoofdkantoor van zijn partij duidelijk. ” We hebben lange discussies gehad over immigratie en veiligheid gehad, tot ver over de ” van negen tot vijf”  mentaliteit heen. Het was juist ook die mentaliteit die Geert zo bezig hield, het wandelen binnen de comfortabele regeltjes, zodat niemand zag wat er echt aan de hand was in de samenleving”, brengt een blonde schone die verder niet genoemd wil worden naar voren.

Een van zijn volgelingen van het eerste uur was natuurlijk Martin, de ideoloog van de partij. Hij was vooral degenen met wie Ons Geert tot diep in de nacht over zijn plannen praatte. ” Tot op de dag van vandaag is hij een van mijn meest betrouwbare en onbesproken kameraden”, zo meent ” Ons Geert zelf. ” Martin weet soms de spelden precies daar te prikken waar ze zeer doen”, geeft hij toe. ” Hij is scherper en feller dan ik.”  Martin zelf betwijfelt dat. ” Ik denk dat we het als duo heel goed doen”, zegt hij bescheiden. Geert is vooral de organisator en woordvoerder ik ben zijn aangever als het gaat om de ontwikkeling van grote plannen.”

Er lag veel werk op de tekentafel. En er werd gewerkt. De partij kreeg ene echt programma, niet alleen anti-Islam maar ook voor meer veiligheid, goede sociale voorzieningen maar minder voorliefde voor thuiszittende mensen. “We werkte echt aan een doorbraak van rechts”, zeggende dames van het hoofdkantoor nog steeds met plezier in hun stem. ” En die kwam. In 2006 kreeg de partij 9 zetels, dat was een “grote sprong voorwaarts”.